Na de verrrassende uitslagen van de Amerikaanse verkiezingen, de Brexit, en het Oekraine referendum in eigen land moest ik telkens denken aan Sir Francis Galton. Deze briljante Engelse wetenschapper, achterneef van Darwin, had het niet zo op democratie. Hij was ervan overtuigd dat de samenleving ten onder ging als het volk teveel macht kreeg. Liever dan door idioten wilde hij dat het land bestuurd werd door een elite van notabelen en experts. Om dit te bewijzen toog hij naar de veemarkt van Plymouth en vroeg slagers en veehandelaren om een schatting te geven van het gewicht van een os die geveild werd. Die vergeleek hij met het oordeel van bijna 800 dorpelingen die ook op de markt aanwezig waren. Wat bleek? De gemiddelde schatting van het volk was nauwkeuriger dan dat van de beste experts en lag akelig dicht bij het werkelijke gewicht van de os. De verbaasde Galton schreef een wetenschappelijk verslag van dit experiment met als titel “Vox Populi.” In de wetenschap staat dit verschijnsel bekend als de wijsheid van de massa, oftewel de “wisdom of crowds.” Van dit idee wordt gebruik gemaakt bij de populaire TV-shows zoals Weekend Miljonairs. Als een kandidaat het juiste antwoord niet weet, dan kan hij het aan de zaal vragen. 99 van de 100 keer geeft het aanwezige publiek het correcte antwoord. In de politiek wordt de wijsheid van de massa vaak als argument gebruikt om verkiezingen en referenda te rechtvaardigen. Maar is dat wel zo slim? Wetenschappelijk onderzoek laat namelijk zien dat de massa soms helemaal niet zo wijs is. Bij relatief simpele vragen, zoals “Wat is de afstand tussen Amsterdam en Moskou?” doet de massa het vaak beter dan de experts. Maar het omgekeerde blijkt het geval bij complexe vragen: “Hoevaak moet je een munt opgooien dat de kans op elke keer kop even groot is als het winnen van de staatsloterij?” De gemiddelde schatting van de massa bleek in dit geval ver af te liggen van het juiste antwoord – namelijk 24x -- en statistici deden het beter.

Bovendien treedt de wijsheid van de massa alleen op als er diversiteit in kennis aanwezig is. In een homogene groep ontbreekt het vaak aan complementaire inzichten die gezamenlijk tot een beter oordeel leiden. Het streven naar diversiteit in werkorganisaties is daarom geen kwestie van politieke correctie, maar van wijsheid. Ook is de wijsheid van de massa alleen gegarandeerd als mensen onafhankelijk zijn in hun oordeel. Er mag geen sociale beinvloeding optreden. Dus als iemand als eerste roept: “De afstand tussen Amsterdam en Moskou is 10,000 kilometer” dan neemt de massa deze informatie mee in haar schatting, en wijkt het steeds verder af van de werkelijkheid, die in dit geval op 2000 kilometer ligt. Ten slotte blijken ook emotionele factoren als woede of verdriet de wijsheid van de massa te ondermijnen. Mensen die kwaad zijn, zijn ontvankelijker voor boze boodschappen en dat tast hun oordeelsvermogen aan. Het lijkt daarom verstandig dat de overheid optreedt tegen politieke leiders met opruiende teksten als “Willen jullie in Nederland meer of minder Marrokanen?.”

Wat is de conclusie? Ik pleit er hier niet voor om alleen hoger opgeleiden stemrecht te geven of kiezers een kennistest te laten doen alvorens ze mogen gaan stemmen. Galton zou dat geen slecht idee hebben gevonden, maar het past niet in deze tijd. Toch moet je je afvragen of volksraadplegingen wel altijd het juiste middel zijn. Omdat politiek vaak gaat over complexe en beladen vraagstukken zoals de vluchtelingencrisis of klimaatverandering kunnen we misschien niet al te veel wijsheid van de massa verwachten. Zouden we als samenleving niet weer wat meer moeten vertrouwen op de mening van experts zoals wetenschappers, ingenieurs, docenten en bestuurskundigen? Als de keuze is tussen populisme en elitarisme ga ík voor het laatste.

Go To Top