Stel je bent op een feestje en een gast steekt ongevraagd een sigaret op en blaast de rook in je gezicht. Wat een asociale vent, denk je, en zegt er waarschijnlijk iets van. Even later raak je in gesprek met een jong stel dat heeft besloten hun kind niet te laten inenten omdat ze bang zijn voor bijwerkingen. Hun zoontje blijkt op dezelfde crêche te zitten als jouw kinderen. Zeg je er iets van? De afgelopen weken was er in de media weer veel discussie over de vaccinatieprogramma’s in Nederland. Uit nieuwe gegevens is gebleken dat het percentage ingeënte kinderen is gedaald, niet alleen in de buitengebieden van Nederland, maar ook in de Randstad. Dit is alarmerend nieuws. Vaccinatieprogramma’s hebben er namelijk voor gezorgd dat een aantal ernstige besmettelijke ziektes zoals polio, mazelen, de bof en rode hond in Nederland vrijwel niet meer voorkomen. Toen ik op de lagere school zat, zo’n 40 jaar geleden, had ik nog een klasgenootje die polio had gehad en daardoor verlamd was aan beide benen. Die situatie komt gelukkig bijna niet meer voor. Maar dat kan snel veranderen op het moment dat het publiek, vanwege religieuze of drogredenen, zich niet meer laten inenten.

Waarom is het toch zo lastig om iedereen ingeënt te krijgen? Wat zelden wordt onderkend is dat vaccineren een klassiek sociaal dilemma is, waarbij het algemeen belang in strijd is met het eigenbelang. De bioloog Garret Hardin beschreef in het verhaal van de Tragedie van de Meent (Tragedy of the Commons) hoe een groep herders hun vee liet grazen op gemeenschappelijke weidegronden. Op een bepaald moment beseft iedere herder dat het voordelig is voor hemzelf om wat extra koeien te laten grazen. Maar als iedere herder dat doet raakt de Meent overbegraasd en is uiteindelijk iedereen slechter af. Zo is het helaas ook met vaccinatieprogramma’s. Het is voor iedereen het beste als elk kind dat op een crèche of school zit, ingeënt is tegen besmettelijke ziektes. Als dan een nieuw, besmet kind de klas binnenkomt, kan die niemand aansteken. Toch is er ook een tegenstrijdig familiebelang. Vaccinaties kunnen namelijk bijwerkingen hebben -- 1 op de 10 a 20 kinderen wordt er ziek van -- en heel soms zijn die bijwerkingen ernstig. Om U gerust te stellen: Het verhaal dat vaccinaties tot een verhoogde kans op autisme leiden is een mythe. De beste uitkomst voor ouders en kind is daarom om hun kind niet in te enten in de hoop dat de meeste kinderen waar ze mee in aanraking komt dat wel zijn. De situatie waarin de meeste mensen een vaccinatie hebben heet groepsimmuniteit, en wordt volgens experts pas bereikt als 90% van de populatie ingeënt is. Zo niet dan kan er een epidemie uitbreken. Bijvoorbeeld, enkele jaren geleden was er een mazelen epidemie in Nederlandse gemeenten van reformatorische gezindte waar mensen hun kinderen vanwege religieuze redenen niet lieten inenten. Er werden 182 kinderen opgenomen in het ziekenhuis waarvan er één overleed. De besmetting bleef beperkt omdat mensen uit deze gemeenschap zich nauwelijks mengden met groepen waar wel veel kinderen gevaccineerd waren. In Nigeria was er enkele jaren geleden een epidemie van polio omdat invloedrijke imams hadden beweerd dat de vaccinatie stoffen bevatten die onvruchtbaarheid en HIV veroorzaakten. Ze zagen vaccinatieprogramma’s als een Westerse samenzwering.

Hoe zien effectieve vaccinatieprogramma’s er nu uit? De sociale dilemma theorie suggereert dat informatie averechts werkt. Als je namelijk lijsten publiceert van percentages gevaccineerden per creche of school zouden ouders wel eens rationeel kunnen handelen en hun kind niet laten inenten als blijkt dat de groepsimmuniteit (90%) bereikt is. Veel beter is het om sociale normen te beïnvloeden waarin niet vaccineren, net als roken of pesten, als een moreel verwerpelijke keuze wordt gezien. Nog beter is het om kinderen die geen bewijs hebben van inenting te weigeren op scholen, net als in de VS gebeurt. Helaas leven we in een tijd waarin het publiek steeds meer twijfelt aan wetenschap, of het nu gaat om vaccinaties of klimaatverandering. Als het publiek zich verder kant tegen de wetenschap dan kunnen de gevolgen voor de volksgezondheid catastrofaal zijn. Wetenschappelijke kennis is niet zo maar een mening!

"Een complottheorie is zo verzonnen." My science column in Trouw 

Na de verrrassende uitslagen van de Amerikaanse verkiezingen, de Brexit, en het Oekraine referendum in eigen land moest ik telkens denken aan Sir Francis Galton. Deze briljante Engelse wetenschapper, achterneef van Darwin, had het niet zo op democratie. Hij was ervan overtuigd dat de samenleving ten onder ging als het volk teveel macht kreeg. Liever dan door idioten wilde hij dat het land bestuurd werd door een elite van notabelen en experts. Om dit te bewijzen toog hij naar de veemarkt van Plymouth en vroeg slagers en veehandelaren om een schatting te geven van het gewicht van een os die geveild werd. Die vergeleek hij met het oordeel van bijna 800 dorpelingen die ook op de markt aanwezig waren. Wat bleek? De gemiddelde schatting van het volk was nauwkeuriger dan dat van de beste experts en lag akelig dicht bij het werkelijke gewicht van de os. De verbaasde Galton schreef een wetenschappelijk verslag van dit experiment met als titel “Vox Populi.” In de wetenschap staat dit verschijnsel bekend als de wijsheid van de massa, oftewel de “wisdom of crowds.” Van dit idee wordt gebruik gemaakt bij de populaire TV-shows zoals Weekend Miljonairs. Als een kandidaat het juiste antwoord niet weet, dan kan hij het aan de zaal vragen. 99 van de 100 keer geeft het aanwezige publiek het correcte antwoord. In de politiek wordt de wijsheid van de massa vaak als argument gebruikt om verkiezingen en referenda te rechtvaardigen. Maar is dat wel zo slim? Wetenschappelijk onderzoek laat namelijk zien dat de massa soms helemaal niet zo wijs is. Bij relatief simpele vragen, zoals “Wat is de afstand tussen Amsterdam en Moskou?” doet de massa het vaak beter dan de experts. Maar het omgekeerde blijkt het geval bij complexe vragen: “Hoevaak moet je een munt opgooien dat de kans op elke keer kop even groot is als het winnen van de staatsloterij?” De gemiddelde schatting van de massa bleek in dit geval ver af te liggen van het juiste antwoord – namelijk 24x -- en statistici deden het beter.

Bovendien treedt de wijsheid van de massa alleen op als er diversiteit in kennis aanwezig is. In een homogene groep ontbreekt het vaak aan complementaire inzichten die gezamenlijk tot een beter oordeel leiden. Het streven naar diversiteit in werkorganisaties is daarom geen kwestie van politieke correctie, maar van wijsheid. Ook is de wijsheid van de massa alleen gegarandeerd als mensen onafhankelijk zijn in hun oordeel. Er mag geen sociale beinvloeding optreden. Dus als iemand als eerste roept: “De afstand tussen Amsterdam en Moskou is 10,000 kilometer” dan neemt de massa deze informatie mee in haar schatting, en wijkt het steeds verder af van de werkelijkheid, die in dit geval op 2000 kilometer ligt. Ten slotte blijken ook emotionele factoren als woede of verdriet de wijsheid van de massa te ondermijnen. Mensen die kwaad zijn, zijn ontvankelijker voor boze boodschappen en dat tast hun oordeelsvermogen aan. Het lijkt daarom verstandig dat de overheid optreedt tegen politieke leiders met opruiende teksten als “Willen jullie in Nederland meer of minder Marrokanen?.”

Wat is de conclusie? Ik pleit er hier niet voor om alleen hoger opgeleiden stemrecht te geven of kiezers een kennistest te laten doen alvorens ze mogen gaan stemmen. Galton zou dat geen slecht idee hebben gevonden, maar het past niet in deze tijd. Toch moet je je afvragen of volksraadplegingen wel altijd het juiste middel zijn. Omdat politiek vaak gaat over complexe en beladen vraagstukken zoals de vluchtelingencrisis of klimaatverandering kunnen we misschien niet al te veel wijsheid van de massa verwachten. Zouden we als samenleving niet weer wat meer moeten vertrouwen op de mening van experts zoals wetenschappers, ingenieurs, docenten en bestuurskundigen? Als de keuze is tussen populisme en elitarisme ga ík voor het laatste.

Go To Top