Culturen botsen tot ze uiteindelijk mengen

Om migrantenculturen in Nederland beter te begrijpen is enige kennis van de menselijke evolutie wenselijk. Mensen zijn namelijk niet alleen biologische organismen, maar vooral ook culturele wezens. Veel van wat wij denken en hoe wij handelen is terug te voeren op de cultuur waarin wij leven of zijn opgegroeid.

De mens komt er mee weg maar in de natuur wordt nepotisme niet gepikt. My science column in Trouw

Een recent artikel in Trouw beweert dat antidepressiva nutteloos en schadelijk zijn. Op grond van wetenschappelijk onderzoek werd gesteld dat van de 1 miljoen gebruikers in Nederland er slechts 20,000 echt baat bij zouden hebben. Er kwam een golf van kritiek op dit verhaal van patiënten, psychiaters en methodologen. Los van wie er gelijk heeft in dit debat is een veel interessantere vraag wat depressie eigenlijk is en wat de mogelijke oorzaken zijn. Het precieze antwoord weten we jammer genoeg niet. Artsen en breinwetenschappers beschrijven depressie als een stemmingsstoornis veroorzaakt door een tekort aan serotonine in de hersenen en in de volksmond praat men graag over een hersenziekte. Maar dit zijn beschrijvingen van het mechanisme – hoe werkt een depressie in op ons brein en gedrag – maar ze gaan voorbij aan dieperliggende oorzaken. Alsof je een bomaanslag beschrijft in termen van chemische reacties in plaats van wie er verantwoordelijk is en waarom hebben ze het gedaan.

De evolutionaire psychiatrie, die zich bezighoudt met de oorsprong van onze psychologische stoornissen zoals fobieën, eetstoornissen en schizofrenie, kan helpen bij de zoektocht naar de echte oorzaak van depressie en biedt mogelijk oplossingen. Sommige evolutionaire wetenschappers gaan ervan uit dat depressie een functie heeft. Zoals fysieke pijn het signaal afgeeft dat je lichaam beschadigd is en ergens van moet herstellen, zo geeft een depressie aan dat je psychisch lijdt en je het even niet meer trekt. De depressie zorgt ervoor is dat mensen zich tijdelijk kunnen terugtrekken uit sociale situaties die onbeheersbaar zijn, zoals een slecht huwelijk, een verstoorde relatie op het werk, of niet kunnen voldoen aan het verwachtingspatroon van familie of vrienden. Als een ingrijpende verandering, zoals een echtscheiding of ander werk, geen optie is dan vervalt men in een depressie. Depressie is volgens deze theorie een vorm van aangeleerde hulpeloosheid waarbij passiviteit op dat moment gewoon de beste response is. Maar als een depressie nut zou hebben, waarom heeft dan niet iedereen er last van? Ongeveer 20% van de mensen heeft tenminste eens in hun leven te maken met een depressie en er zijn dus verschillen in gevoeligheid. Vrouwen zijn dubbel zo gevoelig voor depressie dan mannen en erfelijkheid speelt ook een rol.

Een alternatieve evolutionaire verklaring is dat depressie een extreme versie is van een eigenschap die in mildere mate voordelig is. Vergelijk het met de lichaamslengte van mannen. Lang zijn biedt evolutionaire voordelen voor de man, het maakt ze bijvoorbeeld aantrekkelijk voor het andere geslacht. Maar er is een optimum, en te lange mannen ervaren nadelen van hun lengte zoals rugklachten en knieproblemen. Zo is depressie wellicht ook een dysfunctionele variant van een eigenschap die in normale dosis functioneel is. Dat je neerslachtig bent als je relatie uitgaat, ligt voor de hand. Maar als je extreem gevoelig bent voor verandering dan loop je risico op een depressie.

Wat moeten we met deze kennis in het licht van de controverse over het nut van antidepressiva? Allereerst heeft het geen zin om de oorzaak van depressie in het brein te zoeken. Je beschrijft daarmee alleen hoe een depressie werkt -- je beschrijft de bom, maar niet de terrorist die de aanslag pleegt. Ten tweede maakt de evolutionaire psychiatrie aannemelijk dat depressies reacties zijn op onbeheersbare situaties in je relaties of op het werk, waar verandering niet direct een optie is. Maar of een depressie ook evolutionair nut heeft, is nog steeds de vraag. Er lijkt eerder sprake van mismatch. Onder invloed van de sociale media en de extreme verwachtingspatronen van ouders lijken jongeren steeds hogere, onbereikbaardere doelen na te streven qua prestaties, uiterlijk en relaties, wat hun gevoeliger maakt voor depressie dan de vorige generaties. Ten slotte vergemakkelijkt een goede analyse van het probleem de zoektocht naar een geschikte oplossing, bijvoorbeeld in de vorm van een risicoanalyse, zelfinzicht, therapie, en het bieden van hulp bij gedragsverandering. Dat laat onverlet dat pillen voor velen een tijdelijke oplossing kunnen bieden voor de symptomen van een depressie.    

 

2017 wordt het jaar van de waarheid voor onze planeet. Nadat het afgelopen jaar de boeken in is gegaan als de warmste ooit gemeten, met de grootste stijging in kooldioxide niveaus, en de snelste afname in biodiversiteit, dringt de tijd voor de Aarde. Het onlangs gesloten klimaatakkoord van Parijs biedt voldoende handvatten voor duurzame actie, maar Trump en zijn team van klimaatsceptici kunnen roet in het eten gaan gooien. Toch lijkt er een toenemende veranderingsbereidheid van burgers wereldwijd. Ik verwacht dat zij het komend jaar de druk zullen opvoeren op overheden en bedrijven om met concrete plannen te komen op het gebied van vervuiling, water- en energiebesparing, consumptie, en vervoer. Bij de Tweede Kamer verkiezingen in maart kan dit al direct resultaat opleveren. Maar uiteindelijk wordt het succes van allerlei duurzame plannen bepaald door U en mij. Zijn wij bereid om ons gedrag aan te passen? Denk eens aan de goede voornemens die U heeft gemaakt voor 2017. Alle goede bedoelingen ten spijt slagen maar weinig mensen erin hun intentie om te stoppen met roken of minder vlees te eten om te zetten in een duurzame gedragsverandering. Dat heeft alles te maken met hoe ons brein werkt. Eén belangrijk obstakel zijn onze gewoontes. Om niet al te veel cognitieve energie te verbruiken, doen we veel dingen op de automatische piloot. Als we eenmaal gewend zijn met de auto naar ons werk te reizen dan besteden we geen aandacht meer aan aantrekkelijke alternatieven zoals fiets of OV. Pas als er een nieuwe situatie ontstaat – bijvoorbeeld ander werk of een verhuizing – is gedragsverandering kansrijk. Een tweede obstakel is onze onstuimige behoefte om het gedrag van anderen te kopiëren. Als we mensen informatie geven over het gemiddelde energieverbruik van de huizen in hun straat dan blijkt men zich moeiteloos aan die norm aan te passen. Gaat het gemiddelde verbruik omhoog dan volgt men gestaag. Een derde obstakel is dat we de milieuproblemen niet zelf met onze eigen zintuigen ervaren. We weten het wel, maar we voelen het niet! Ons gras is groen, de bomen bloeien, en er komt drinkbaar water uit onze kraan. Slimme interventies kunnen ingezet worden om onze zintuigen te prikkelen. Uit Brits onderzoek blijkt dat pas toen huiseigenaren op een thermische foto zagen hoeveel warmte er uit hun huis “weglekte” ze energiebesparende maatregelen gingen nemen. Onze vleesbehoefte neemt af als vlees eten gekoppeld wordt aan de emotie walging. Uit ons recent onderzoek blijkt dat vleeseters het meest worden geraakt door de boodschap dat er ziektekiemen in vlees zitten, waardoor de kans op voedselvergiftiging toeneemt. Deze “in your face” boodschap is effectiever dan informatie over de milieubelasting van vlees of de eventuele gezondheidseffecten op de lange termijn (bijvoorbeeld darmkanker). Een vierde obstakel is dat mensen niet willen veranderen als het duurzame alternatief hun status verlaagt. Bij onderzoek van mijn VU-collega Josh Tybur moesten mensen kiezen tussen de aanschaf van twee typen auto’s, een duurzame en een niet-duurzame versie. Hun statusbehoefte werd geprikkeld door zich voor te stellen dat ze gingen daten met een aantrekkelijke persoon. Om indruk te maken op het andere geslacht kozen ze vaker voor de groene auto, maar alleen als die duurder was in aanschaf. De les: Groen gedrag moet statusverhogend zijn, anders doen mensen het niet. Een vijfde obstakel ten slotte is dat mensen wel iets overhebben voor het milieu, maar het moet wel onmiddellijk voordeel opleveren. Als je mensen vraagt of ze 10 euro nu willen hebben of 15 euro over 1 week dan prefereren de meeste mensen het eerste. Hoe krijg je mensen toch zover om minder impulsief te handelen? Dat hebben we onderzocht door mensen – via foto’s of een wandeling -- bloot te stellen aan een drukke, stedelijke omgeving of een rustige, natuurlijke omgeving. Daarna moesten ze kiezen tussen een beloning nu of een grotere beloning in de toekomst. In de groene omgeving kozen de mensen vaker voor de toekomstige beloning -- en handelden ze minder impulsief – dan in de stadsomgeving. Nu de meerderheid van de wereldbevolking, voor het eerst in de geschiedenis, in de stad leeft is natuurbehoud misschien wel het belangrijkste goede voornemen voor 2017.  

 

"Ook zonder lintje doet de biologie haar werk." My science column in Trouw.

Go To Top